Infiltratieproef

 De Vlaamse Regering keurde op 5 juli 2013 een nieuwe gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater definitief goed. Deze verordening vervangt de verordening van 1 oktober 2004 en is een aanzienlijke verstrenging ervan.

 Sinds 1 januari 2014 moeten nieuwe eengezinswoningen en nieuwe gebouwen groter dan 100 m² een hemelwaterput van minimum 5.000 liter voorzien. Dat is aanzienlijk groter dan de 3.000 liter die als minimum geldt in de verordening van 2004. Bij uitbreiding en verbouwing is geen nieuwe put vereist.

De meeste constructies moeten over een infiltratievoorziening beschikken.

Voor percelen kleiner dan 250 m² is geen infiltratie of buffering verplicht;

Bij verkavelingen met de aanleg van nieuwe wegen zijn collectieve infiltratie- of buffervoorzieningen verplicht.

 Kennis omtrent de doorlatendheid van de bodem is belangrijk om na te gaan of de bodem geschikt is voor de infiltratie van regenwater. Om de doorlatendheid van de ondergrond te kennen, kan er door ons een percolatietest (of een infiltratietest) uitgevoerd worden.

 Er bestaan verschillende in-situ manieren om dit te bepalen:

 De ringproef is een vrij eenvoudige methode. Daarbij wordt een ring enkele centimeters in de bodem geduwd. Die wordt vervolgens over een hoogte van enkele centimeters gevuld met water waardoor de infiltratiesnelheid kan worden bepaald.

Bij de dubbele ringproef wordt er een dubbele ring voorzien om enkel de verticale infiltratie te meten. Beide ringen worden gevuld met water waarbij het water vanuit de buitenste ring in drie dimensies in de bodem infiltreert, terwijl het water in de binnenste ring het proces van verticale infiltratie benadert. De infiltratiecapaciteit kan worden bepaald op dezelfde manier als bij de enkele ringproef hierboven.

Bij de putproef graaft men een put tot op de diepte waarop u de infiltratie wilt aanleggen. Vervolgens vullen we de put met water gedurende 4 à 24 uren, om zo de grond te verzadigen. Wanneer het water in minder dan 10 minuten verdwijnt, kan de test onmiddellijk worden uitgevoerd.

Na de verzadiging vullen we de put met water tot op een hoogte van 15 à 30 cm van de bodem. Dit is de Hstart.

Bepaal vervolgens de waterhoogte, Hw, na een tijd van 15, 30, 60, 120 en eventueel 240 minuten.